Veilig rijden bij gevaarlijke weersomstandigheden.

actueel

leestijd 3 minuten

Laaghangende zon. Pas je snelheid aan.

In de winter staat de zon veel lager. Door het felle zonlicht is je zicht en inschattingsvermogen minder goed. Ook wordt je reactievermogen trager. Het beste advies is dan ook; pas je snelheid aan! En zorg dat je altijd een zonnebril in je auto hebt liggen.

Houd je ruiten schoon

Door het tegenlicht zijn krasjes en vuil veel beter zichtbaar op je ruiten. Daardoor heb je minder goed zicht op wat er om je heen gebeurt. Zorg dus voor schone ruiten aan de binnen- en buitenkant van je auto.

De wintertijd is ingegaan. Check je verlichting.

Pechhulpverlener Route Mobiel liet onlangs weten dat het risico op een aanrijding na de ingang van de wintertijd flink toeneemt. Er gebeuren dan 10 – 15% meer aanrijdingen. Hoe dat komt? Bestuurders stappen vermoeider hun auto in en worden overvallen door sneller invallende duisternis. Zorg dus dat je goed uitgeslapen bent en goede verlichting hebt.

Harde wind. Houd afstand en 2 handen aan het stuur.

In de winter en herfst razen er vaker stormen over ons land. Je kunt het beste gewoon niet de weg op gaan bij storm. En zeker niet met een aanhanger of caravan achter je auto. Maar zit je toch op de weg, houd dan voldoende afstand. Verlaag ook je snelheid en houd twee handen aan het stuur. Zo heb je je auto beter onder controle bij plotselinge rukwinden. Let extra goed op als je over bruggen of dijken rijdt, hier waait het vaak extra hard.

Plensbuien & aquaplaning. Houd afstand en check je banden.

Een nat wegdek zorgt voor een slechter zicht en een langere remweg. Houd dus nog meer afstand tot je voorligger. Zorg ook altijd dat je banden genoeg profiel (min. 1,6 mm) en de juiste spanning hebben. Je hebt dan minder kans op aquaplaning.

Aquaplaning

Bij aquaplaning ligt er meer water op het wegdek dan je banden kunnen verplaatsen. Ze gaan spinnen en hebben geen grip meer op het wegdek. Laat in dit geval het gas los en stuur niet. Heb je een handgeschakelde auto? Trap dan de koppeling in en houd je je stuur recht. In een bocht stuur je met de bocht mee. Zodra je weer grip hebt, kun je weer voorzichtig gas gaan geven.

Mist. 2x zoveel afstand en let op je verlichting.

Door dichte mist zie je niet meer waar je naar toe gaat, wat er voor je gebeurt en hoe snel je rijdt. Let dus goed op je snelheid en houd voldoende afstand. Houd zoveel mogelijk rechts zodat je bij nood de vluchtstrook op kunt. Ga vooral niet inhalen bij dichte mist.

Mistlampen

Je verlichting is belangrijk bij mist. Je mistvoorlicht gebruik je alleen bij zéér dichte mist; het zicht is dan minder dan 200 meter. Dit kun je zelf inschatten door middel van de hectometerpaaltjes langs de weg. Daar zit steeds 100 meter tussen. Rijd je niet op de snelweg? Let dan op de afstand tussen lantaarnpalen; meestal zit daar 50 meter tussen. Met mistlampen heb je zelf meer zicht omdat de lampen lager en breder schijnen.
Je mistlampen achter gebruik je pas bij een zicht van minder dan 50 meter. Gebruik nooit je grootlicht; hiermee kun je gemakkelijk iemand verblinden.

Concentratie

Rijd je een langere afstand door de mist, dan kan dit erg vermoeiend zijn. Probeer geconcentreerd te blijven en zet eventueel je raampje een beetje open voor frisse lucht.

Tip

Heeft je auto een lichtsensor? Dan gaat je licht niet automatisch aan bij mist. Zet dus je verlichting altijd op dimlicht bij mist en niet op de automatische verlichting.

Sneeuw en ijs. Gewoon thuisblijven (of met beleid rijden).

Rijden in de sneeuw vraagt veel concentratie. Je hebt slecht zicht en je moet je auto goed onder controle houden.

Rijd met beleid

Let bij sneeuw en gladheid goed op wat er om je heen gebeurt. En doe vooral alles met beleid. Door rustig te rijden en goed te anticiperen kun je plotselinge bewegingen en dus slippen van je auto vaak al voorkomen.

Houd minstens 2x zoveel afstand dan je normaal zou doen. Mocht je ineens moeten remmen dan heeft je auto de tijd om op tijd tot stilstand te komen. Probeer ook zo vroeg mogelijk in te voegen.

Optrekken

Slippen je banden als je probeert op te trekken? Zet je auto dan in de 2e versnelling en probeer het nog een keer. Je kunt ook je stuur iets schuin weg sturen bij het wegrijden. Gaat de weg omhoog? Probeer dan in een hogere versnelling te rijden. Je auto houdt dan beter grip en je wielen spinnen minder snel.

Remmen

Bij gladheid kun je soms beter hard remmen en soms juist niet. Hoe zit dat?

Moet je in een bocht remmen? Laat dan al voor de bocht het gas los om vaart te minderen. Geef na de bocht pas weer gas. Gaat het toch niet goed en glijd je weg? Probeer kalm te blijven en gooi nooit ineens je stuur om! Hierdoor heb je de auto niet meer onder controle. Laat dus je auto glijden en draai je stuur rustig naar de juiste richting.

Moet je een noodstop maken? Trap dan tegelijkertijd hard op de rem en je koppeling. Het ABS (antiblokkeersysteem) van je auto zorgt ervoor dat je wielen niet ineens stil staan. Ga dus niet pompend remmen.

Winterbanden

Winterbanden zijn in de wintermaanden altijd een veilige keuze. Ze hebben meer grip en voeren meer water af. De ANWB adviseert iedereen die de auto in de winter dagelijks gebruikt of op wintersport gaat, om winterbanden te gebruiken. In veel landen zijn ze ook verplicht in de winter.

Hoewel winterbanden een kortere remweg hebben, is dat effect bij een hoge snelheid weg. Pas dus altijd je snelheid aan, ook met winterbanden. Zorg verder dat je winterbanden de juiste bandenspanning hebben om ze goed hun werk te laten doen.

Toch schade aan je auto?

Hoe voorzichtig je ook rijdt, soms is schade door weeromstandigheden niet te voorkomen. Zorg dus dat je een autoverzekering hebt die bij je auto past. Kijk bij onze autoverzekering om te zien wat wij vergoeden bij schade bij bijvoorbeeld slippen.

Is jouw auto al klaar voor de winter? Lees onze tips om je auto winterklaar te maken. Of kijk hoe jij je auto snel ontdooit na een ijskoude nacht.